Zintuigen en levensprocessen

Rudolf Steiner

 

Het onderwerp zintuigen neemt in het werk van Steiner een aparte plaats in. Hij onderscheidt naast de bekende zintuigen onder meer ook een spraakzin, een denkzin en een ik-zin en komt in totaal op twaalf zintuigen. Steiners zintuigleer is daarmee een klassiek voorbeeld van de manier waarop de antroposofie de grenzen van onze (wetenschappelijke) kennis probeert te verleggen. Omdat iedereen de activiteit van de zintuigen bij zichzelf kan observeren, is het tevens een on­derwerp waarbij we de uitspraken van Steiner zelf kunnen verifiëren. Het boek bevat in chro­no­logische volgorde de belangrijkste voordrachten die Steiner heeft gehouden over het onderwerp zintuigen, deels in relatie tot de levensprocessen in ons organisme. Daarbij komt ook de spe­ci­fieke rol die de zintuigen in de kunst spelen uitvoerig aan bod. In het nawoord gaat de kinderarts Edmond Schoorel uitvoerig in op de rol van de zintuigen en levensprocessen in het dagelijks le­ven, onder andere aan de hand van Steiners drie- en vierledige mensbeeld. Zintuigen en levens­processen is niet alleen aan te raden voor medici, pedagogen en kunstliefhebbers. Het levert aan iedereen uniek materiaal om zijn waarneming van de wereld te intensiveren en te ver­diepen.

 

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922