Verborgen vermogens en geheime genootschappen – Rudolf Steiner

Verborgen vermogens en geheime genootschappen – Rudolf Steiner

Krachten die in het sociale leven of in de economie werken? Geheime genootschappen? Steiner

benoemt ze soms anders en karakteriseert de machtige verborgen krachten waardoor individuen en

mensengemeenschappen worden beïnvloed. Wie zien in hoe er wordt gemanipuleerd. Het oosten,

midden en westen krijgen door deze inzichten een totaal andere dimensie. Politiek en

machtsverhoudingen kunnen beter worden doorzien.

We krijgen er zicht op wat in de wereld ziekmakend en wat gezond makend is.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922