Uitwendige therapieën – Wikkels, kompressen en baden

Ina Emous-van der Kooij, Sonja van Hees, Katie Willink-Maendel, Mirjam Zonneveld

De nachten waren zo onrustig. Als ons kind dan eindelijk ingeslapen was, was het maar van korte duur. Zeker driemaal per nacht wakker, soms met een nachtmerrie. De arts schreef een kamille buikkompres voor. De verpleegkundige had het ons aangeleerd. Nu is het kompres een trouwe metgezel in de nacht. Het heeft eraan bijgedragen dat de rust weerkeerde. We hebben een vrolijker meisje terug gekregen. Dit boek beschrijft concrete richtlijnen voor het uitvoeren van de verschillende uitwendige therapieën in de vorm van wikkels, kompressen en baden. Uitwendige therapieën hebben tot doel de eigen herstelkrachten van de patiënt te ondersteunen en te versterken. Aan de huid wordt een applicatie of bad aangeboden. De huid werkt hier als zintuigorgaan. De uitwendige therapie dankt zijn werkzaamheid aan het vermogen van de huid om waar te nemen.

Naast het praktische deel biedt dit boek interessante achtergronden over het drieledig en vierledig mensbeeld, de zeven levensprocessen, de huid en het ritme. Van even groot belang zijn de bijdragen over verdere (zelf)scholing van verpleegkundigen, verzorgenden en mantelzorgers. In de Nederlandse gezondheidszorg vind je deze uitwendige therapieën in de eerstelijnszorg, in de zorg voor zieken thuis, heilpedagogische instituten, verzorgingshuizen, verpleeghuizen, ziekenhuizen, verslavingszorg, psychiatrie en hospices. Daar waar in deze situaties genezing niet mogelijk is, kun je bij pijn en ongemak de kwaliteit van leven verbeteren. Door de grote toegankelijkheid kan iedereen met de inhoud van dit praktische boek aan de slag.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922