Sprookjes – De wijsheid in sprookjesbeelden

Rudolf Steiner

Sprookjes spreken tot onze verbeelding. Is het nu mogelijk dat je de betoverende sprookjesbeel­den doorlicht en verklaart zonder het beleven van de tere stemming stuk te maken?

Rudolf Steiner behandelt dit thema behoedzaam en vanuit inzichten van de geesteswetenschap. En op heldere wijze legt hij voor ons de bronnen open waaruit de sprookjes voortkomen.

Deze voordrachten verschaffen ons een dieper inzicht in de oorsprong en het geweldige belang van sprookjes voor ons moderne mensen.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922