Ruimte voor kinderen – Thomas Höfer in gesprek met Henning Kohler

Thomas Höfer

Onderwijs en opvoeding zijn al enkele eeuwen gebaseerd op de gedachte dat het opgroeiende kind van alles moet aan- en afleren, het kind moet worden voorbereid op de moderne beschaving.

De omstandigheden waarin kinderen in onze tijd opgroeien zijn echter radicaal veranderd ten opzichte van de tijd waarin onze praktijk van opvoeden en onderwijzen gestalte kreeg. Het moderne kind groeit op in het strakke keurslijf van de moderne samenleving.

Zo mist het kind een veelvoud van belangrijke elementaire ervaringen: het ontmoet domweg niet meer de omgeving en omstandigheden waarin het deze ervaringen kan opdoen. Maar het doormaken van deze ervaringen is van vitaal belang voor de gezonde ontwikkeling van het kind.

Voor Henning Köhler ligt hierin een belangrijke oorzaak voor het feit dat we in onze tijd steeds vaker te maken krijgen met zogenaamd ‘afwijkende’ kinderen: het onderwijs en onze gedachten over wat opvoeden betekent, sluiten niet meer aan op de wereld waarin het kind opgroeit.

In het gesprek in dit boekje houdt hij een ernstig maar hoopvol pleidooi om het tij te keren.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922