Opvoedkunst – Methodisch-didactische aanwijzingen

Rudolf Steiner

Voor de start van de eerste ‘vrijeschool’ gaf Rudolf Steiner de toekomstige leraren een driedelige spoedcursus spirituele pedagogie. Opvoedkunst is het tweede en meest toegankelijke deel van die cursus. Het algemene mensbeeld wordt hierin vertaald in concrete opvoedings- en onderwijs­vra­gen. Hoe ziet, hoe voelt een kind van zeven jaar de wereld? Wat gebeurt er in dat kind als je het op de gangbare manier leert lezen? Welke subtiele veranderingen spelen zich rond het negen­de of twaalfde jaar in kinderen af? Maar ook: wanneer ben ik als opvoeder geloofwaardig? Hoe wek ik echte interesse, hoe wek ik respect? Voorschriften zijn in deze cursus niet te vinden. Steiner geeft gezichtspunten, wenken, voorbeelden van hoe je iets aanpakt. Die voorbeelden mogen soms wat gedateerd zijn. Maar de geest waaruit ze voortkomen en het plezier waarmee ze gebracht worden, zijn nog steeds voelbaar. En inspireren tot het vinden van een eigen en eigen­tijdse aanpak. Het nawoord van Christof Wiechert belicht de relevantie van Steiners pedagogische ideeën voor deze tijd.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922