Oneindige ogen van de nacht

Mieke Mosmuller

De hoofdpersoon Johannes wijdt zijn leven aan de weg van de inwijding in de spirituele gehei­men en de betekenis ervan voor de mensen in het westen.

Terwijl in zijn innerlijk de reële aanwezigheid van de geestelijke wereld groeit, vraagt hij aan zich zelf en aan zijn vrienden aan welke voorwaarden de mens moet voldoen om de openbaringen uit de geest aan te horen.

In overdenkingen en gesprekken over eerbied, verlangen, ontroering en geweten tracht hij ant­woorden te vinden.

Geleidelijk rijpt zijn moed om zijn innerlijke weten uit te spreken.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922