Mani & Rudolf Steiner – Manicheïsme, antroposofie en hun ontmoeting in de toekomst

Christine Gruwez

De leer van Mani ging eeuwenlang schuil achter het vertekende beeld dat bestrijders van het Ma­nicheïsme in Oost en West hadden opgeworpen. In de loop van de 20e eeuw werd, dankzij vond­sten van verschillende Manichese geschriften, een nieuw licht geworpen op het Mani­cheïs­me.

Daaruit komt het Manicheïsme naar voren als een zelfstandige wereldreligie die, bijvoorbeeld over het vraagstuk van goed en kwaad, inzichten biedt die het christendom aanvullen en verdie­pen.

Ook in de 20e eeuw, trad Rudolf Steiner naar voren met de antroposofie, die als geesteswe­ten­schap aansluit aan een door de tijd lopende stroom van esoterisch christendom.

De antroposofische geesteswetenschap van Rudolf Steiner centreert zich rondom een nieuw en verdiept begrip van het christendom dat, zoals Rudolf Steiner aangaf, zo groot en omvattend is dat het slechts geleidelijk steeds dieper begrepen kan worden.

In deze uitgave gaat Christine Gruwez op zoek naar de essentie van de openbaring van Mani en laat vervolgens zien wat Rudolf Steiner over Mani en zijn leer heeft gezegd.

Daarmee verschijnt een beeld van twee geestesstromingen die zich, ieder vanuit een eigen begin­punt, bewegen naar een toekomst waarin een christendom van de daad werkelijkheid zal worden.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922