Karma van het beroepsleven – Steiner Rudolf

In de tijd waarin Steiner deze voordrachten hield (1916), was het werkleven al drastisch

veranderd. Mechanisatie, specialisatie en formalisering van taken hadden de vroegere

emotionele betrokkenheid van de mens bij het product van zijn arbeid tenietgedaan. Maar Steiner

blikt niet nostalgisch terug naar een oudere economische orde. Hij ziet de technische

doordringing van het arbeidsproces als noodzakelijk en in principe heilzaam – mits ze van de

mens uit wordt gestuurd. Op kleurrijke en gevarieerde wijze werkt Steiner deze visie uit. Hij gaat

in op historische persoonlijkheden, bijvoorbeeld zeer uitvoerig op Goethe, op wetmatigheden in

zowel het individuele karma als het karma van de aarde; zelfs wordt de blik gericht op de verre

toekomst. Met name het verschijnsel van de arbeidsdeling en het bijbehorend verlies aan

arbeidsvreugde komt in een verrassend perspectief te staan. In het nawoord onderzoekt Erna

Trouw welke relevantie Steiners gezichtspunten hebben voor ons huidige, snel veranderende

werkleven.

« Terug


De Antroposofische Vereniging moet een vereniging van mensen zijn, die het zieleleven van de individuele mens en van de samenleving willen verzorgen op grond van een echt inzicht in de geestelijke wereld.

– Rudolf Steiner