In gesprek met mijn overleden vader – 1940 – 1945. Over idealen, haat en drankzucht

Rob Otte

Rob Otte groeit op tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader is een man vol van idealen, maar gedurende de naoorlogse jaren verandert hij in een verbitterd man, die zichzelf uiteindelijk door haat en drankmisbruik te gronde richt. Naar aanleiding van een vraag van zijn dochter Hiske besluit de auteur innerlijke gesprekken te gaan voeren met zijn overleden vader. In deze gesprekken staan drie vragen centraal:

  • Waarom ben je je idealen vergeten?
  • Waarom ben je de mensen zo gaan haten?
  • Waarom heb je jezelf met drank vernietigd?

Als gevolg van deze gesprekken ontstaat een geheel nieuwe dimensie in de relatie met zijn vader. Duidelijk wordt dat ook na de dood alsnog antwoorden kunnen worden gevonden op in het leven ontstane vragen. Belangrijk in dit boek is het thema van ‘omgaan met de dood’. Voor de schrijver is de dood de meest ware gebeurtenis in een mensenleven. Veel mensen in deze tijd vragen zich af wat er na het overlijden met het bewustzijn gebeurt. Dit boek, dat geheel uit het praktische leven is ontstaan, geeft een verrassend antwoord.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922