Hoe de kleine engel op aarde kwam

Hoe de kleine engel op aarde kwam

Hilda Herklotz

´Er was eens een kleine engel die alles wat er in de hemel is, gezien had. Daarom keek hij maar eens tussen de wolken door of er verderop misschien ook nog iets was. ‘Oh’, riep hij opeens, ‘Wat is dat daar beneden dat zo groot en donker is?’

Zo begint een van de mooiste prentenboeken die onlangs is uitgekomen. Door een oma van kinderen van de Toermalijn is het verhaal vertaald uit het Duits, en Janneke Rosenbrand heeft de prachtige illustraties gemaakt. Het is een boek om cadeau te geven bij een geboorte, een boek om voor te lezen aan jonge kinderen, een boek om neer te zetten en iedere dag weer te genieten van de prachtige illustraties.

De kleine engel mag nog niet naar beneden, hij moet geduld hebben tot de aarde is ingericht. Maar dan komt de dag waar op de grote engel zegt: ‘Ja, nu mag je naar beneden toe. Maar als je op aarde wilt zijn, kun je geen engel blijven, dan moet je een mensenkind worden. Geef mij je vleugels maar, ik bewaar ze voor je tot je terugkomt.’

De dieren op aarde verwachten het grote wonder. De leeuw, de olifant, het paard, de beer, de vogels en de vissen, de kleine diertjes die op de grond kruipen, allemaal komen zij samen en eindelijk zien ze het wonder: een klein kindje ‘dat over de brug van licht was gekomen.’

Ook de mensen verwachten het kindje en geven het een naam. En het kind groeide op en ‘hield veel van de mensen en van de aarde en de dieren.’

Het boek eindigt zo: “Op een dag zal het [kind]zich zijn vleugels weer herinneren en weten, dat het die bij de grote engel heeft achtergelaten. Dan zal het ook weer weten, dat het eens terug zal gaan.”

Voor de meeste jonge kinderen is dit een waarheid die zij ‘weten’. Geen twijfel, geen vragen, die komen pas later. Veel volwassenen zijn dit ‘weten’ kwijt. En hebben veel twijfels en veel vragen. Wat zou het fijn zijn om op momenten van groot verdriet een vonkje van dit ‘weten’ te kunnen voelen. Dat wens ik ieder die het nodig heeft van harte toe.

« Terug


Hoe vaak komt het niet voor dat de mensen niet duidelijk zien wat werkelijkheid is, maar wat ze graag zouden willen zien. In hoeveel gevallen geloven de mensen iets, niet omdat ze iets begrijpen, maar omdat ze graag iets willen geloven. Of wat voor vergissingen ontstaan er niet omdat men een zaak niet grondig onderzoekt maar een overhaast oordeel vormt. Al deze oorzaken van vergissingen in het dagelijks leven kunnen bijna tot in het oneindige worden vermeerderd. Hoezeer spelen ons partijdigheid, hartstocht enzovoort, niet parten ten aanzien van ons gezonde oordeelsvermogen!

– Rudolf Steiner – Bron: GA 12 – Die Stufen der höheren Erkenntnis