Nabij zijn – Handreikingen voor levensvragen – Renée Zeylmans

Nabij zijn – Handreikingen voor levensvragen – Renée Zeylmans

Rond ons vijftigste beleven we vaak een omslagmoment in het
leven. Moet ik ander werk gaan doen? Hoe gaan we voor onze
ouders zorgen? Hoe ziet ons leven eruit als de kinderen uit huis
zijn? Maar één ding is zeker: er komt beslist geen einde aan onze
mogelijkheden tot ontwikkeling. We zijn ook na ons vijftigste nog
lang niet uitgerangeerd.
Ouder worden is een ontwikkelingsweg die je hele leven lang kan
duren.
Voor dit boek nodigde Renée Zeylmans drieëntwintig mensen uit
om hun licht te laten schijnen op thema's waar iedereen in het
leven – vroeg of laat – een keer mee te maken kan krijgen. Zij laten
zien dat het leven altijd nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden biedt,
of we nu ouder zijn of nog wat jonger.
De onderwerpen die aan bod komen zijn heel divers: muziek, karma
en reïncarnatie, nieuwe vormen van thuiszorg, euthanasie en
sterven, omgaan met een ernstige ziekte, slapen, meditatie, mindfulness, orgaandonatie, buurtzorg,
opruimen, kunstzinnige therapie, uitwendige therapie, dementie, zingeving.

De rode draad in dit boek is 'nabij zijn'. Nabij zijn kent verschillende kanten: je kunt een ander nabij
zijn, door voor hem of haar te zorgen, maar je kunt ook jezelf nabij komen via meditatie. En nabij zijn
heeft natuurlijk te maken met het nabij zijn van de geestelijke wereld, de wereld ook van de
gestorvenen.
In haar verbindende teksten laat Renée Zeylmans steeds vanuit dit perspectief van het nabij zijn een
lichtje schijnen op de thema's van de auteurs.
Je hoeft dit boek niet per se van begin tot eind te lezen, de hoofdstukken kun je ook heel goed los
van elkaar tot je nemen. Zoals alle boekjes in deze serie eigenlijk meditatieboekjes zijn.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922