Gewoonten in de opvoeding van het kleine kind

Gewoonten in de opvoeding van het kleine kind

Cornelis Boogerd

Ieder mens draagt een heel pakket van gewoonten met zich mee. Ook groepen mensen delen na verloop van tijd een aantal gewoonten met elkaar. Dat geldt voor een gezin, een klas met kinderen, of ook voor een heel volk. Meestal denk je niet erg na over je gewoonten. Ze zijn vanzelfsprekend geworden. Wanneer je met kleine kinderen leeft of werkt krijgen die halfbewuste gewoonten nog een andere dimensie. Want een klein kind leert vooral door na te bootsen, het neemt de voorbeelden die de volwassenen geven diep in zich op. Dat roept allerlei vragen op die het zinvol maken om eens met andere ogen naar de gewoonten in een gezin of in een groep met kleine kinderen te kijken. Wat betekenen de gewoonten voor de opvoeding? Wat zijn gewoonten eigenlijk? Welke soorten gewoonten kun je onderscheiden, en welke rol spelen zij in je verhouding met de wereld?

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922