Geluk – schijn en wezen

Rudolf Steiner

Geluk en ongeluk kunnen ons in het leven voor raadsels stellen. Wat ìs geluk? Is geluk subjectief? Waarom bestaat ongeluk: ‘Waarom ik?’

Steiner onderneemt de zoektocht naar oorzaken van geluk en ongeluk? Wat is schijn, wat het we­zen van geluk? Steiner roept de lezer op om geluk en ongeluk in groter verband te bekijken.

Over harmonie en egoïsme. Over aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, oorlogen en treinon­geluk­ken.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922