Geen leven zonder vriendschap – Over mensen met een ernstige beperking

Hans Reinders

Ruim tien jaar geleden ontmoette de auteur een meisje met een zeer ernstige handicap: bij haar geboorte ontbrak een deel van haar hersenen. In het huis waar ze woonde, maakte dit echter geen verschil. Ze werd op dezelfde gelijkwaardige manier behandeld als haar huisgenoten – een mens zoals ieder ander.

Door deze ontmoeting ging de auteur op zoek naar een ander verhaal. Dit boek gaat over de vraag wat het betekent om mens te zijn. In onze cultuur is het antwoord vaak: zelf willen, zelf kunnen en zelf doen. Maar wat zegt dit over het bestaan van mensen voor wie het woordje ‘zelf’ geen betekenis meer heeft, of zelfs nooit heeft gehad? Zijn zij tweederangs?

Pleidooi voor mens-zijn zoals je bent.

« Terug


Er zouden artikelen moeten verschijnen vanuit de meest verschillende standpunten, dat het eenvoudigweg van grote betekenis is voor het kind wanneer het pas tussen het achtste en negende levensjaar echt leert lezen. Men kan daar als voorbeeld aanhalen dat Goethe vóór zijn negende jaar niet kon lezen of schrijven … en dat daartegenover mensen die uiteindelijk zwakzinnig zijn geworden al op hun vierde, vijfde jaar konden lezen en schrijven.

– Rudolf Steiner – Bron: GA 300b – Ergänzungen zu den pädagogischen Grundkursen – Dornach, 15 maart 1922